Eén gedachte over “Andere indeling van de tekst van de standaard”

  1. De vraag rijst of de braille standaard als een “opzoeklijst” of als een “lesboek” gezien moet worden. Nu ik wat ervaren in het braille schrift ben, heb ik (vaak) genoeg aan het opzoeken van een (vreemd) braille teken, en het lezen wat de betekenis hiervan is. Vaak bij zeldzame letters met accenten. Of de beantwoording van de vraag “hoe schrijf ik ook alweer i-accent-circonflexe”?

    Ik meen dat de braille standaard ook toegankelijk moet zijn voor de zwakste schakel in de keten, de “laat blinde” in Nederland. Aangezien ik een “laat blinde” ben kijk ik ook met mijn blik naar de braille standaard.

    De braille instructie aan “laat blinden”, (d.w.z. boven de 18 jaar) is flink uitgekleed de laatste jaren. Ik spreek uit ervaring dat het al een hele toer is om in het braille traject te komen (motivatie, lichamelijke geschiktheid). De training zelf is een maand of 5 maximaal, een beperkt aantal uren per week, om van “niets” tot een eenvoudige lectuur braillelezer te komen, het bedienen van een Perkins en het lezen / schrijven met een leesregel.

    In het begin vond ik het fijn dat de “oude” braille standaard uitputtend voorzien is van voorbeelden per onderwerp (bijvoorbeeld: promille). Ik beschouwde het als een soort lesboek. Prima voor een beginner, die zelfstandig informatie opzoekt.

    In digitale vorm (b.v. ms word formaat) maakt het niet zoveel uit waar de informatie staat in de braille standaard, het is snel op te zoeken. Mits logisch en consequent ingedeeld. Een papieren standaard is een ander verhaal. Er zal een zeer duidelijke index gemaakt moeten worden waar een brailleteken te vinden is, wat de betekenis van dat brailleteken is, en waar de voorbeelden staan. Ook zal het omgekeerd zoeken eenduidig moeten worden aangegeven (stel ik wil weten hoe ik een voetnoot moet brailleren, hoe doe ik dat). Hoe het ingedeeld wordt is voor mij een kwestie van smaak.

Geef een reactie