Versie 2017 van zespunts-standaard

Over deze versie

Dit is de braillestandaard voor algemeen gebruik in het Nederlandse taalgebied, versie 2017. Dit is de opvolger van de 6-punts braillestandaard voor algemeen gebruik in het Nederlands taalgebied van 2005.
Tussen 15 september en 1 november 2017 werden 9 wijzigingen voor commentaar opengesteld. Daarop kwamen geen fundamentele bezwaren. Deze versie 2017 van de zespunts braillestandaard werd gepubliceerd op 19 april 2018.

Samenvatting van de wijzigingen

  • De notatie voor het teken plusminus is vastgelegd als 235-36, dus letterlijk een plusteken onmiddellijk gevolgd door een minteken (zie sectie 3.8).
  • De notatie voor de verticale streep is vastgelegd als 1456 met spatie voor en na (zie sectie 2.13).
  • In sectie 2.17 is verduidelijkt dat de e voor Euro, d voor Dollar, p voor Pond en y voor Yen voor het getal staan zonder spatie ertussen.
  • Bij aanhalingstekens (sectie 2.1) is verduidelijkt dat het zwartschrift gevolgd wordt bij de keuze tussen punt 3 of punten 2356. Andere tekens die in het zwartschrift als aanhalingstekens voorkomen, worden niet overgenomen in braille en vervangen door een van beide braillenotaties voor aanhalingstekens.
  • De mogelijkheid om een vermenigvuldiging te noteren met 5-256 vervalt (zie sectie 3.2).
  • De losse accent circumflex (dakje) wordt genoteerd met 346.
  • De slash (= schuine streep van linksonder naar rechtsboven) heeft in zwartschrift meerdere betekenissen afhankelijk van de context. Dat geldt nu ook voor braille: we noteren het teken in alle contexten met 34.
  • Dit heeft als gevolg dat teken 34 niet meer gebruikt wordt om superscript aan te geven. In literaire teksten komt dit vooral voor bij oppervlakte- en inhoudsmaten (zie sectie 3.5). Om superscript of machtsverheffing aan te geven, staat in zwartschrift het cijfertje iets hoger. Dit geven we aan met 346 (dakje of losse circumflex).
  • In de vorige versie van de standaard hief een koppelteken de werking van een permanent hoofdletterteken niet op. Dat betekende dat een herstelteken nodig was in “VN-verdrag” om aan te geven dat “verdrag” niet in hoofdletters is geschreven maar “VN” wel. Deze regel verandert. Vanaf nu beëindigt het koppelteken het permanent hoofdletterteken. In “VN-verdrag” is dus geen herstelteken meer nodig, maar dit betekent wel dat in “WEST-VLAANDEREN” het permanent hoofdletterteken moet worden herhaald na het koppelteken om aan te geven dat zowel “VLAANDEREN” als “WEST” in hoofdletters is geschreven (zie secties 2.11 en 2.12).
    Een gelijkaardige regel geldt voor het drukwijzigingsteken (sectie 2.8).
  • Overal in de tekst is ‘circonflexe’ vervangen door ‘circumflex’.

Inhoudsopgave

1. Nederlandse brailletabel gerangschikt volgens het braillesysteem

Volgorde van de gegevens:

  • het volgnummer van het teken in het braillesysteem;
  • bedoeld teken;
  • tussen haakjes de overeenstemmende braillepunten zoals ze in de braillematrix van punt 1 tot punt 6 worden genummerd:
    • linksboven punt 1
    • linksmidden punt 2
    • linksonder punt 3
    • rechtsboven punt 4
    • rechtsmidden punt 5
    • rechtsonder punt 6
  • 1.1. ⠁ (1): letter a
  • 1.2. ⠃ (12): letter b
  • 1.3. ⠉ (14): letter c
  • 1.4. ⠙ (145): letter d + dollarteken (zonder spatie vóór het getal)
  • 1.5. ⠑ (15): letter e + euroteken (zonder spatie vóór het getal)
  • 1.6. ⠋ (124): letter f
  • 1.7. ⠛ (1245): letter g
  • 1.8. ⠓ (125): letter h
  • 1.9. ⠊ (24): letter i
  • 1.10. ⠚ (245): letter j
  • 1.11. ⠅ (13): letter k
  • 1.12. ⠇ (123): letter l
  • 1.13. ⠍ (134): letter m
  • 1.14. ⠝ (1345): letter n
  • 1.15. ⠕ (135): letter o
  • 1.16. ⠏ (1234): letter p + pondteken (zonder spatie vóór het getal)
  • 1.17. ⠟ (12345): letter q
  • 1.18. ⠗ (1235): letter r
  • 1.19. ⠎ (234): letter s
  • 1.20. ⠞ (2345): letter t
  • 1.21. ⠥ (136): letter u
  • 1.22. ⠧ (1236): letter v
  • 1.23. ⠭ (1346): letter x (x kan ook maal betekenen)
  • 1.24. ⠽ (13456): letter ypsilon + yenteken (zonder spatie vóór het getal)
  • 1.25. ⠵ (1356): letter z
  • 1.26. ⠯ (12346): letter c cedille (ç) + ampersandteken (&) (spatie vóór en na)
  • 1.27. ⠿ (123456): e accent aigu (é)+ beklemtoonde e + procentteken (spatie vóór en na) + positioneringsteken voor de herkenbaarheid van een brailleteken (zonder spatie vóór dit teken)
  • 1.28. ⠷ (12356): a accent grave (à) + vierkant/recht haakje openen
  • 1.29. ⠮ (2346): e accent grave (è)
  • 1.30. ⠾ (23456): u accent grave (ù) + vierkant/recht haakje sluiten
  • 1.31. ⠡ (16): a accent circumflex (â) + backslash (in papierbraille waar nodig voorafgegaan door punt 5, zie ook paragraaf 2.20 sleutelteken tweede betekenis)
  • 1.32. ⠣ (126): e accent circumflex (ê)
  • 1.33. ⠩ (146): i accent circumflex (î)
  • 1.34. ⠹ (1456): o accent circumflex (ô) + verticale streep (spatie voor en na)
  • 1.35. ⠱ (156): u accent circumflex (û)
  • 1.36. ⠫ (1246): e trema (ë)
  • 1.37. ⠻ (12456): i trema (ï)
  • 1.38. ⠳ (1256): u trema (ü) + horizontale breukstreep (zonder spatie tussen teller en noemer, beide met cijferteken)
  • 1.39. ⠪ (246): o trema (ö)
  • 1.40. ⠺ (2456): letter w
  • 1.41. ⠂ (2): komma
  • 1.42. ⠆ (23): puntkomma
  • 1.43. ⠒ (25): dubbelpunt (dubbelpunt kan ook deelteken betekenen; wordt tevens gebruikt in schaalaanduidingen en digitale tijdsaanduidingen)
  • 1.44. ⠲ (256): punt (in alle toepassingen) + deelteken (spatie vóór en na)
  • 1.45. ⠢ (26): vraagteken
  • 1.46. ⠖ (235): uitroepteken + plusteken (spatie vóór en na)
  • 1.47. ⠶ (2356): dubbel aanhalingsteken openen/sluiten + isgelijkteken (spatie vóór en na)
  • 1.48. ⠦ (236): rond haakje openen + maalteken (spatie vóór en na)
  • 1.49. ⠔ (35): sterretje (kan ook maal betekenen)
  • 1.50. ⠴ (356): rond haakje sluiten
  • 1.51. ⠈ (4): voorteken in duim-, geboorte-, graad-, minuut- en secondeteken
  • 1.52. ⠘ (45): permanent hoofdletterteken (tot drie woorden eenmaal vóór elk woord; indien meer dan drie woorden tweemaal vóór het eerste woord en eenmaal vóór het laatste woord)
  • 1.53. ⠌ (34): slash ; wordt gebruikt waar in het zwartschrift een schuine streep van linksonder naar rechtsboven wordt gebruikt
  • 1.54. ⠜ (345): a trema + apenstaartje
  • 1.55. ⠬ (346): o accent aigu/beklemtoonde o (ó) + paragraafteken (§) (spatie vóór en na) + losse circumflex (^) vooral gebruikt als superscript-indicator bij oppervlakte- en inhoudsmaten
  • 1.56. ⠼ (3456): cijferteken + hekje (voorafgegaan door punt 5).
    Cijfers in papierbraille:
    1 ⠼⠁
    2 ⠼⠃
    3 ⠼⠉
    4 ⠼⠙
    5 ⠼⠑
    6 ⠼⠋
    7 ⠼⠛
    8 ⠼⠓
    9 ⠼⠊
    0 ⠼⠚
  • 1.57. ⠨ (46): hoofdletterteken
  • 1.58. ⠸ (456): drukwijzigingsteken + underscore-teken in e-mailadressen (_). Met het brailledrukwijzigingsteken kunnen o.m. volgende zwartschriftdrukwijzen worden aangegeven: cursief (schuin), vet, wijziging van lettertype en onderstreping. Het drukwijzigingsteken kan ook als benadrukkingsteken gebruikt worden. Als drukwijzigingsteken tot drie woorden eenmaal vóór elk woord, indien meer dan drie woorden tweemaal vóór het eerste woord en eenmaal vóór het laatste woord.
  • 1.59. ⠐ (5): sleutelteken tweede betekenis (geeft aan dat een brailleteken in zijn tweede betekenis gelezen moet worden) + einderegelteken op het einde van een regel in muziekschrift, e-mailadressen en rekenkundige bewerkingen
  • 1.60. ⠰ (56): alfabetwisselingsteken
  • 1.61. ⠄ (3): apostrof/weglatingsteken + enkel aanhalingsteken openen/sluiten
  • 1.62. ⠤ (36): streepje + minteken (spatie vóór en na)
  • 1.63. ⠠ (6): herstelteken eerste betekenis van een teken

 

2. Tekengebruik

Belangrijk

Om het opzoeken van de gewenste informatie zo gemakkelijk mogelijk te maken, zijn in dit hoofdstuk de onderwerpen in alfabetische volgorde gerangschikt. Merk op dat getallen en aanverwante tekens in hoofdstuk 3 afzonderlijk worden behandeld.

2.1. Aanhalingstekens

  • enkel aanhalingsteken openen/sluiten ⠄ (3)
  • dubbel aanhalingsteken openen/sluiten ⠶ (2356)

Opmerking:
Het zwartschriftteken voor apostrof en enkel aanhalingsteken openen en sluiten is bijna identiek. Apostrof (punt 3) wordt dan ook in braille gebruikt om enkel aanhalingsteken te openen en te sluiten.

Voorbeelden:
“Kan ik deze jurk passen?” vroeg ze.
⠶⠨⠅⠁⠝⠊⠅⠙⠑⠵⠑⠚⠥⠗⠅⠏⠁⠎⠎⠑⠝⠢⠶⠧⠗⠕⠑⠛⠵⠑⠲
Is dat nou je “nieuwe” wagen?
⠨⠊⠎⠙⠁⠞⠝⠕⠥⠚⠑⠶⠝⠊⠑⠥⠺⠑⠶⠺⠁⠛⠑⠝⠢
Hij leest “Het verdriet van België” van Hugo Claus.
⠨⠓⠊⠚⠇⠑⠑⠎⠞⠶⠨⠓⠑⠞⠧⠑⠗⠙⠗⠊⠑⠞⠧⠁⠝⠨⠃⠑⠇⠛⠊⠫⠶⠧⠁⠝⠨⠓⠥⠛⠕⠨⠉⠇⠁⠥⠎⠲
‘Zij hadden een enorme schuld en het lukte hun niet om daar ook maar één roepia van af te betalen. “Ik,” zei hij tegen mij, “erf de schuld van mijn vader en mijn kinderen erven haar van mij.”‘⠄
⠄⠨⠵⠊⠚⠓⠁⠙⠙⠑⠝⠑⠑⠝⠑⠝⠕⠗⠍⠑⠎⠉⠓⠥⠇⠙⠑⠝⠓⠑⠞⠇⠥⠅⠞⠑⠓⠥⠝⠝⠊⠑⠞⠕⠍⠙⠁⠁⠗⠕⠕⠅⠍⠁⠁⠗
⠿⠿⠝⠗⠕⠑⠏⠊⠁⠧⠁⠝⠁⠋⠞⠑⠃⠑⠞⠁⠇⠑⠝⠲⠶⠨⠊⠅⠂⠶⠵⠑⠊⠓⠊⠚⠞⠑⠛⠑⠝⠍⠊⠚⠂⠶⠑⠗⠋⠙⠑⠎⠉⠓⠥⠇⠙
⠧⠁⠝⠍⠊⠚⠝⠧⠁⠙⠑⠗⠑⠝⠍⠊⠚⠝⠅⠊⠝⠙⠑⠗⠑⠝⠑⠗⠧⠑⠝⠓⠁⠁⠗⠧⠁⠝⠍⠊⠚⠲⠶⠄

Aanvullingen/verduidelijkingen:

Bij de keuze voor enkele of dubbele aanhalingstekens wordt de zwartdruk tekst gevolgd.
Soms worden in het zwartschrift op het enkel aanhalingsteken/de apostrof lijkende tekens gebruikt, bijvoorbeeld een losse accent grave of andere symbooltekens. Dat is echter ‘oneigenlijk gebruik’ in het zwartschrift; in het braille wordt dit niet overgenomen.

2.2. Alfabetwisselingsteken

⠰ (56)

In woorden die aan een vreemde taal ontleend zijn, kunnen tekens voorkomen die in de Nederlandse braillestandaard niet zijn opgenomen. Vóór deze tekens wordt een alfabetwisselingsteken geplaatst. Men gebruikt dan de brailletekens die voor de betrokken taal gelden. Deze tekens worden bij voorkeur vooraan in het boek of in een noot verklaard.

Voorbeelden:
cañon
⠉⠁⠰⠻⠕⠝
⠻ (12456) is de Spaanse letter n tilde (n met een slangetje erboven).
De eerste drie letters van het Griekse alfabet zijn:
alfa (α), bèta (β) en gamma (γ).
⠨⠙⠑⠑⠑⠗⠎⠞⠑⠙⠗⠊⠑⠇⠑⠞⠞⠑⠗⠎⠧⠁⠝⠓⠑⠞⠨⠛⠗⠊⠑⠅⠎⠑⠁⠇⠋⠁⠃⠑⠞⠵⠊⠚⠝⠒⠀
⠁⠇⠋⠁⠦⠰⠁⠴⠂⠃⠮⠞⠁⠦⠰⠃⠴⠑⠝⠛⠁⠍⠍⠁⠦⠰⠛⠴⠲

Opmerking:

In het boek World Braille Usage zijn de braillealfabetten van diverse talen opgenomen. Het is verkrijgbaar bij de
National Library Service for the Blind and Physically Handicapped
Library of Congress
Washington, DC 20542
website: www.loc.gov/nls/
e-mail: braille@loc.gov

2.3. Ampersandteken (&)

⠯ (12346)

Met spatie vóór en na, behalve in initiaalwoorden. In initiaalwoorden plaatst men vóór het ampersandteken punt 5 als sleutelteken tweede betekenis.

Voorbeelden:
Firma Bossuyt & Zonen
⠨⠋⠊⠗⠍⠁⠨⠃⠕⠎⠎⠥⠽⠞⠨⠵⠕⠝⠑⠝
C&A
⠘⠉⠐⠯⠁

2.4. Apenstaartje/at-sign (@)

⠜ (345)

In e-mailadressen tussen gebruikersnaam en domeinnaam.

Voorbeeld:
bcbs.cbpam@skynet.be
⠃⠉⠃⠎⠲⠉⠃⠏⠁⠍⠜⠎⠅⠽⠝⠑⠞⠲⠃⠑

2.5. Apostrof/weglatingsteken

⠄ (3)

Voorbeelden:
’s morgens, baby’s, baby’tje, Alex’ boeken, m’n autootje, ’05 (voor 2005).
⠄⠎⠀⠍⠕⠗⠛⠑⠝⠎⠂⠀⠃⠁⠃⠽⠄⠎⠂⠀⠃⠁⠃⠽⠄⠞⠚⠑⠂⠀⠨⠁⠇⠑⠭⠄⠀⠃⠕⠑⠅⠑⠝⠂⠀⠍⠄⠝⠀⠁⠥⠞⠕⠕⠞⠚⠑⠂⠀⠄⠼⠚⠑ ⠀⠦⠧⠕⠕⠗⠀⠼⠃⠚⠚⠑⠴⠲

2.6. Asterisk/sterretje

⠔ (35)

Dit teken wordt in verschillende toepassingen gebruikt.

  • als voetnoot- en verwijzingsteken bij (genummerde) voetnoten:
    Voorbeeld:
    De stern*2 was nog jong.
    ⠨⠙⠑⠎⠞⠑⠗⠝⠔⠼⠃⠺⠁⠎⠝⠕⠛⠚⠕⠝⠛⠲
  • als herhalingsteken in zangteksten, breipatronen en haakpatronen: moet een woord, passage, toer enz. herhaald worden, dan schrijft men het te herhalen stuk slechts eenmaal en plaatst men daarvóór het getal dat het aantal herhalingen weergeeft met direct daaraan vast het sterretje. Aan het slot wordt enkel het herhalingsteken gezet:
    Voorbeelden:
    3*lang zal hij leven*
    ⠼⠉⠔⠇⠁⠝⠛⠵⠁⠇⠓⠊⠚⠇⠑⠧⠑⠝⠔
    7* st. av., 1 omslag, 3 st. samen av., 1 omslag*
    ⠼⠛⠔⠎⠞⠲⠁⠧⠲⠂⠼⠁⠕⠍⠎⠇⠁⠛⠂⠼⠉⠎⠞⠲⠎⠁⠍⠑⠝⠁⠧⠲⠂⠼⠁⠕⠍⠎⠇⠁⠛⠔
  • als opsommingsteken in plaats van een streepje.

 

2.7. Beklemtoonde klinkers

In zwartschrift worden in beklemtoonde woorden de klinkers a, e, i, o en u met het accent aigu-teken weergegeven. Dit is een klein van links naar rechts oplopend schuin streepje dat in zwartschrift boven beklemtoonde klinkers wordt geplaatst. In de Nederlandse brailletabel komen slechts twee accent aigu-klinkers voor: de e accent aigu (123456) en de o accent aigu (346).

Voorbeelden:
Ik zeg het maar één keer.
⠨⠊⠅⠵⠑⠛⠓⠑⠞⠍⠁⠁⠗⠿⠿⠝⠅⠑⠑⠗⠲
Reageer vóór het te laat is!
⠨⠗⠑⠁⠛⠑⠑⠗⠧⠬⠬⠗⠓⠑⠞⠞⠑⠇⠁⠁⠞⠊⠎⠖
Tóch is het juist.
⠨⠞⠬⠉⠓⠊⠎⠓⠑⠞⠚⠥⠊⠎⠞⠲
Karel én Willem hadden gelijk.
⠨⠅⠁⠗⠑⠇⠿⠝⠨⠺⠊⠇⠇⠑⠍⠓⠁⠙⠙⠑⠝⠛⠑⠇⠊⠚⠅⠲
Je móét komen.
⠨⠚⠑⠍⠬⠿⠞⠅⠕⠍⠑⠝⠲

Merk op dat in braille het drukwijzigingsteken (456) ook als benadrukkingsteken gebruikt kan worden.

Voorbeelden:
Brávo!
⠸⠨⠃⠗⠁⠧⠕⠖
Geef het hém.
⠨⠛⠑⠑⠋⠓⠑⠞⠸⠓⠑⠍⠲
Dat is léúk.
⠨⠙⠁⠞⠊⠎⠸⠇⠑⠥⠅⠲
Je móét komen.
⠨⠚⠑⠸⠍⠕⠑⠞⠅⠕⠍⠑⠝⠲
Ga búíten spelen.
⠨⠛⠁⠸⠃⠥⠊⠞⠑⠝⠎⠏⠑⠇⠑⠝⠲
Móéilijk gaat óók.
⠸⠨⠍⠕⠑⠊⠇⠊⠚⠅⠛⠁⠁⠞⠸⠕⠕⠅⠲

2.8. Drukwijzigingsteken

⠸ (456)

Met het drukwijzigingsteken kunnen o.m. volgende zwartschriftdrukwijzen worden aangegeven: cursief (schuin), vet, wijziging van lettertype en onderstreping. Dit teken geeft aan welke tekens of woorden opvallen of benadrukt zijn. Merk op dat gezien zijn nogal uiteenlopende functies voor het brailleteken (456) een even uiteenlopende terminologie wordt gebruikt: drukwijzigingsteken, cursiefteken, onderstrepingsteken, benadrukkingsteken. Waar in deze paragraaf over cursief wordt gesproken, kan ook onderstrepen, vet, benadrukken enz. gelezen worden.

  • Om een letter in een woord te cursiveren komt vóór die letter een cursiefteken:
    Voorbeeld:
    Landt je vader op Schiphol?
    ⠨⠇⠁⠝⠙⠸⠞⠚⠑⠧⠁⠙⠑⠗⠕⠏⠨⠎⠉⠓⠊⠏⠓⠕⠇⠢
  • Om een heel woord te cursiveren plaatst men vóór dat woord een cursiefteken:
    Voorbeeld:
    Amsterdam en Brussel
    ⠸⠨⠁⠍⠎⠞⠑⠗⠙⠁⠍⠑⠝⠸⠨⠃⠗⠥⠎⠎⠑⠇
  • Om meer dan drie opeenvolgende woorden te cursiveren komt tweemaal het cursiefteken vóór het eerste woord en eenmaal vóór het laatste woord:
    Voorbeelden:
    Heb je Vlucht langs de Anapoer al gelezen?
    ⠨⠓⠑⠃⠚⠑⠸⠸⠨⠧⠇⠥⠉⠓⠞⠇⠁⠝⠛⠎⠙⠑⠸⠨⠁⠝⠁⠏⠕⠑⠗⠁⠇⠛⠑⠇⠑⠵⠑⠝⠢
    ’t Is tijd om naar huis te gaan.
    ⠸⠸⠄⠞⠨⠊⠎⠞⠊⠚⠙⠕⠍⠝⠁⠁⠗⠓⠥⠊⠎⠞⠑⠸⠛⠁⠁⠝⠲

Het herstelteken heft de werking van het drukwijzigingsteken op. Ook het koppelteken (36) en de spatie beëindigen de drukwijziging (behalve in een passage van meer dan drie woorden). Tekens die de werking van het drukwijzigingsteken niet opheffen, zijn het hoofdletterteken (46), het permanent hoofdletterteken (45), de afkortingspunt (256), het weglatingsteken (3), het ampersandteken (12346) en het sleutelteken tweede betekenis (5).
Voorbeelden:
waterplant
⠸⠺⠁⠞⠑⠗⠠⠏⠇⠁⠝⠞ (water onderstreept, plant niet)
btw-tarieven
⠸⠃⠞⠺⠤⠞⠁⠗⠊⠑⠧⠑⠝ (btw cursief, tarieven niet)
Zuid-Afrika
⠸⠨⠵⠥⠊⠙⠤⠸⠨⠁⠋⠗⠊⠅⠁ (als een woord met een koppelteken vetgedrukt is, moeten we het drukwijzigingsteken hernemen na het koppelteken)

2.9. Einderegelteken

⠐ (5)

Teken eigen aan het papierbraille en enkel te gebruiken als einderegelteken in muziekschrift, e-mailadressen en rekenkundige bewerkingen.
Voorbeelden:
peter.dedeurwaarder@vakan~
tiegenoegens.com
⠏⠑⠞⠑⠗⠲⠙⠑⠙⠑⠥⠗⠺⠁⠁⠗⠙⠑⠗⠜⠧⠁⠅⠁⠝⠐
⠞⠊⠑⠛⠑⠝⠕⠑⠛⠑⠝⠎⠲⠉⠕⠍
http://www.vakantiegenoe~
gens.be
⠓⠞⠞⠏⠒⠌⠌⠺⠺⠺⠲⠧⠁⠅⠁⠝⠞⠊⠑⠛⠑⠝⠕⠑⠐
⠛⠑⠝⠎⠲⠃⠑

2.10. Haakjes

  • rond haakje openen [(] ⠦ (236)
  • rond haakje sluiten [)] ⠴ (356)

Voorbeelden:
Een directeur (directrice) moet met tact optreden.
⠨⠑⠑⠝⠙⠊⠗⠑⠉⠞⠑⠥⠗⠦⠙⠊⠗⠑⠉⠞⠗⠊⠉⠑⠴⠍⠕⠑⠞⠍⠑⠞⠞⠁⠉⠞⠕⠏⠞⠗⠑⠙⠑⠝⠲
Een typist(e) moet heel precies werken.
⠨⠑⠑⠝⠞⠽⠏⠊⠎⠞⠦⠑⠴⠍⠕⠑⠞⠓⠑⠑⠇⠏⠗⠑⠉⠊⠑⠎⠺⠑⠗⠅⠑⠝⠲

  • vierkant/recht haakje openen ([) ⠷ (12356)
  • vierkant/recht haakje sluiten (]) ⠾ (23456)

Voorbeeld:
[Voorzitter: J. Voet; leden: (o.a.) R. Wellens, H. Engels].
⠷⠨⠧⠕⠕⠗⠵⠊⠞⠞⠑⠗⠒⠨⠚⠲⠨⠧⠕⠑⠞⠆⠇⠑⠙⠑⠝⠒⠦⠕⠲⠁⠲⠴⠨⠗⠲⠨⠺⠑⠇⠇⠑⠝⠎⠂⠨⠓⠲⠨⠑⠝⠛⠑⠇⠎⠾⠲

2.11. Herstelteken/sleutelteken eerste betekenis

⠠ (6)

  • Het herstelteken/sleutelteken eerste betekenis wordt in papierbraille gebruikt om bij een brailleteken met meervoudige functies aan te geven dat het in zijn oorspronkelijke of eerste betekenis gelezen moet worden. Dit is o.m. van toepassing als een getal onmiddellijk – dus zonder spatie – gevolgd wordt door één van de eerste tien letters van het alfabet.
  • Wil men een woord herstellen, dan plaatst men het herstelteken vóór het woord. Wil men een letter van een woord herstellen, dan plaatst men een herstelteken vóór die letter. Moet men de eerste letter van een woord herstellen, dan herstelt men automatisch het hele woord.
  • Na cijfers heffen ook het hoofdletterteken en het cursiefteken de werking van het cijferteken op:
    Voorbeelden:
    2de 3a 3A 3de
    ⠼⠃⠠⠙⠑⠼⠉⠠⠁⠼⠉⠨⠁⠼⠉⠸⠙⠑
  • Ook heft het herstelteken de werking van het drukwijzigingsteken en het permanent hoofdletterteken op.
    Voorbeeld:
    SMS’je
    ⠘⠎⠍⠎⠄⠠⠚⠑
    Het weglatingsteken heft de werking van het permanent hoofdletterteken niet op. Om aan te geven dat “je” in kleine letters is geschreven, is een herstelteken nodig.

2.12. Hoofdletters

  • hoofdletterteken: ⠨ (46)
  • permanent hoofdletterteken: ⠘ (45)
  • De regels voor het gebruik van hoofdletters zijn voor braille dezelfde als voor zwartschrift.
  • In braille is het hoofdletterteken een voorteken. Het wordt direct vóór de betreffende letter geplaatst en mag daarvan “nooit” gescheiden worden.
    Voorbeeld:
    Winston Churchill
    ⠨⠺⠊⠝⠎⠞⠕⠝⠨⠉⠓⠥⠗⠉⠓⠊⠇⠇
  • Het hoofdletterteken kan zonder bezwaar in een woord worden toegepast:
    Voorbeeld:
    MacLean
    ⠨⠍⠁⠉⠨⠇⠑⠁⠝
  • Om aan te geven dat het hele woord in hoofdletters is gedrukt, plaatst men “het permanent hoofdletterteken” ⠘ (45) direct vóór het woord:
    Voorbeeld:
    AMSTERDAM en BRUSSEL
    ⠘⠁⠍⠎⠞⠑⠗⠙⠁⠍⠑⠝⠘⠃⠗⠥⠎⠎⠑⠇
  • Het permanent hoofdletterteken mag ook gebruikt worden bij initiaalwoorden:
    Voorbeelden:
    WMO, VDAB
    ⠘⠺⠍⠕⠂⠘⠧⠙⠁⠃
  • Om aan te geven dat meer dan drie op elkaar volgende woorden in hoofdletters geschreven zijn, zonder daartussen tekens die het permanent hoofdletterteken opheffen, plaatst men het permanent hoofdletterteken tweemaal vóór het eerste woord en eenmaal vóór het laatste woord.
    Voorbeeld:
    VERENIGING VOOR DE BEVORDERING VAN HET ALGEMEEN WELZIJN
    ⠘⠘⠧⠑⠗⠑⠝⠊⠛⠊⠝⠛⠧⠕⠕⠗⠙⠑⠃⠑⠧⠕⠗⠙⠑⠗⠊⠝⠛⠧⠁⠝⠓⠑⠞⠁⠇⠛⠑⠍⠑⠑⠝⠘⠺⠑⠇⠵⠊⠚⠝
  • Het herstelteken (6) heft de werking van het permanent hoofdletterteken op. Een koppelteken (36) en een spatie ook (behalve in een passage van meer dan drie woorden volledig in hoofdletters). De afkortingspunt (256), het weglatingsteken (3), het ampersandteken (12346) en het sleutelteken tweede betekenis (5) heffen de werking van het permanent hoofdletterteken niet op.
    Voorbeelden:
    abCDef
    ⠁⠃⠘⠉⠙⠠⠑⠋
    BTW-tarieven
    ⠘⠃⠞⠺⠤⠞⠁⠗⠊⠑⠧⠑⠝ (BTW in hoofdletters en tarieven in kleine letters)
    ZUID-HOLLAND
    ⠘⠵⠥⠊⠙⠤⠘⠓⠕⠇⠇⠁⠝⠙ (zowel ZUID als HOLLAND in hoofdletters)
    VN-Zeeverdrag
    ⠘⠧⠝⠤⠨⠵⠑⠑⠧⠑⠗⠙⠗⠁⠛ (VN in hoofdletters, Zeeverdrag alleen de eerste letter een hoofdletter)
    E.T.A.
    ⠘⠑⠲⠞⠲⠁⠲
    SMS’je
    ⠘⠎⠍⠎⠄⠠⠚⠑
    ONZE DIRECTEUR-GENERAAL WOONT IN BRUSSEL
    ⠘⠘⠕⠝⠵⠑⠙⠊⠗⠑⠉⠞⠑⠥⠗⠤⠛⠑⠝⠑⠗⠁⠁⠇⠺⠕⠕⠝⠞⠊⠝⠘⠃⠗⠥⠎⠎⠑⠇
  • In een passage volledig in hoofdletters kan het voorkomen dat cijfers onmiddellijk en zonder spatie gevolgd worden door een van de eerste tien letters van het alfabet. Om de cijfers van de letters te onderscheiden, plaatst men tussen het cijfer en de daaropvolgende letter een hoofdletterteken. Men gebruikt dan het enkelvoudig hoofdletterteken (46) als er slechts één volgletter is, het permanent hoofdletterteken (45) als het verschillende volgletters betreft:
    Voorbeelden:
    Zie refertes D-NE004w, D-NB007B en D-NB007BDK.
    ⠨⠵⠊⠑⠗⠑⠋⠑⠗⠞⠑⠎⠨⠙⠤⠘ ⠝⠑⠼⠚⠚⠙⠺⠂⠨⠙⠤⠘⠝⠃⠼⠚⠚⠛⠨⠃⠑⠝⠨⠙⠤⠘⠝⠃⠼⠚⠚⠛⠘⠃⠙⠅⠲
  • In woorden met een enkel of permanent hoofdletterteken worden accent- en trematekens overgenomen conform de zwartschrifttekst:
    Voorbeelden:
    Eghezée of Éghezée
    ⠨⠑⠛⠓⠑⠵⠿⠑⠕⠋⠨⠿⠛⠓⠑⠵⠿⠑
    EGHEZEE of ÉGHEZÉE
    ⠘⠑⠛⠓⠑⠵⠑⠑⠕⠋⠘⠿⠛⠓⠑⠵⠿⠑
    Saint-Etienne of Saint-Étienne
    ⠨⠎⠁⠊⠝⠞⠤⠨⠑⠞⠊⠑⠝⠝⠑⠕⠋⠨⠎⠁⠊⠝⠞⠤⠨⠿⠞⠊⠑⠝⠝⠑
    SAINT-ETIENNE of SAINT-ÉTIENNE
    ⠘⠎⠁⠊⠝⠞⠤⠘⠑⠞⠊⠑⠝⠝⠑⠕⠋⠘⠎⠁⠊⠝⠞⠤⠘⠿⠞⠊⠑⠝⠝⠑
    BELGIE of BELGIË
    ⠘⠃⠑⠇⠛⠊⠑⠕⠋⠘⠃⠑⠇⠛⠊⠫
  • Het gebruik van hoofdletters in Romeinse cijfers gebeurt conform de zwartschrifttekst:
    Voorbeelden:
    I (1) V (5) X (10)
    ⠨⠊⠦⠼⠁⠴⠨⠧⠦⠼⠑⠴⠨⠭⠦⠼⠁⠚⠴
    II (2) III (3) IV (4)
    ⠘⠊⠊⠦⠼⠃⠴⠘⠊⠊⠊⠦⠼⠉⠴⠘⠊⠧⠦⠼⠙⠴
    VI (6) VII (7) VIII (8)
    ⠘⠧⠊⠦⠼⠋⠴⠘⠧⠊⠊⠦⠼⠛⠴⠘⠧⠊⠊⠊⠦⠼⠓⠴
    IX (9) XX (20) XXX (30)
    ⠘⠊⠭⠦⠼⠊⠴⠘⠭⠭⠦⠼⠃⠚⠴⠘⠭⠭⠭⠦⠼⠉⠚⠴
    XL (40) LX (60) LXX (70)
    ⠘⠭⠇⠦⠼⠙⠚⠴⠘⠇⠭⠦⠼⠋⠚⠴⠘⠇⠭⠭⠦⠼⠛⠚⠴
    LXXX (80) XC (90) CM (900)
    ⠘⠇⠭⠭⠭⠦⠼⠓⠚⠴⠘⠭⠉⠦⠼⠊⠚⠴⠘⠉⠍⠦⠼⠊⠚⠚⠴
    MCM (1900) MM (2000)
    ⠘⠍⠉⠍⠦⠼⠁⠊⠚⠚⠴⠘⠍⠍⠦⠼⠃⠚⠚⠚⠴

2.13. Internettekens

  • apenstaartje/at-sign [@] ⠜ (345)
  • underscore in e-mailadressen [_] ⠸ (456)
  • slangenlijntje [~] ⠐⠢ (5 26)
  • backslash [\] in papierbraille ⠐⠡ (5 16)
  • verticale streep ⠹ (1456) (spatie voor en na)

Voorbeelden:
educa@standaard.com
⠑⠙⠥⠉⠁⠜⠎⠞⠁⠝⠙⠁⠁⠗⠙⠲⠉⠕⠍
website: http://www.avh.asso.fr/index_en.htm
⠺⠑⠃⠎⠊⠞⠑⠒⠓⠞⠞⠏⠒⠌⠌⠺⠺⠺⠲⠁⠧⠓⠲⠁⠎⠎⠕⠲⠋⠗⠌⠊⠝⠙⠑⠭⠸⠑⠝⠲⠓⠞⠍
Het bestand Adressen.txt staat in de map c:\Mijn documenten.
⠨⠓⠑⠞⠃⠑⠎⠞⠁⠝⠙⠨⠁⠙⠗⠑⠎⠎⠑⠝⠲⠞⠭⠞⠎⠞⠁⠁⠞⠊⠝⠙⠑⠍⠁⠏⠉⠒⠐⠡⠨⠍⠊⠚⠝⠙⠕⠉⠥⠍⠑⠝⠞⠑⠝⠲
Naam | Adresstraat 1 | 2018 Plaats
⠨⠝⠁⠁⠍⠨⠁⠙⠗⠑⠎⠎⠞⠗⠁⠁⠞⠼⠁⠼⠃⠚⠁⠓⠨⠏⠇⠁⠁⠞⠎

2.14. Kopiëren van verzen

In versregelschikking begint elk vers op een nieuwe regel, zonder versregeltekens te gebruiken. Deze zijn wel nodig wanneer verzen in een prozatekst worden geciteerd, waarbij de oorspronkelijke lay-out niet wordt overgenomen. Men plaatst dan spatie + schuine streep + spatie om de regeleinden (van de oorspronkelijke lay-out) tussen de verzen weer te geven.

Voorbeeld in versregelschikking:
Ik zou een dag uit vissen,
Ik voelde me moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
(Nijhoff)
⠨⠊⠅⠵⠕⠥⠑⠑⠝⠙⠁⠛⠥⠊⠞⠧⠊⠎⠎⠑⠝⠂
⠨⠊⠅⠧⠕⠑⠇⠙⠑⠍⠑⠍⠕⠑⠙⠑⠇⠕⠕⠎⠲
⠨⠊⠅⠍⠁⠁⠅⠞⠑⠞⠥⠎⠎⠑⠝⠙⠑⠇⠊⠎⠎⠑⠝
⠍⠑⠞⠙⠑⠓⠁⠝⠙⠑⠑⠝⠺⠁⠅⠊⠝⠓⠑⠞⠅⠗⠕⠕⠎⠲
⠦⠨⠝⠊⠚⠓⠕⠋⠋⠴

Voorbeeld met schuine streep als versregelteken:
‘Vlieg / naar de koperen einder! / Daar is de zoetheid. / Daar hangt de vrucht.’
(Ter Balkt)
⠄⠨⠧⠇⠊⠑⠛⠝⠁⠁⠗⠙⠑⠅⠕⠏⠑⠗⠑⠝⠑⠊⠝⠙⠑⠗⠖⠨⠙⠁⠁⠗⠊⠎⠙⠑⠵⠕⠑⠞⠓⠑⠊⠙⠲⠨⠙⠁⠁⠗⠓⠁⠝⠛⠞
⠙⠑⠧⠗⠥⠉⠓⠞⠲⠄
⠦⠨⠞⠑⠗⠨⠃⠁⠇⠅⠞⠴

2.15. Leestekens (volgorde conform het braillesysteem)

  • ⠷ vierkant/recht haakje openen (12356)
  • ⠾ vierkant/recht haakje sluiten (23456)
  • ⠂ komma (2)
  • ⠆ puntkomma (23)
  • ⠒ dubbelpunt/dubbele punt (25); wordt ook gebruikt in schaalaanduidingen en digitale tijdsaanduidingen.
    Voorbeelden:
    Deze wandkaart heeft een schaal van 1 : 7.500.
    ⠨⠙⠑⠵⠑⠺⠁⠝⠙⠅⠁⠁⠗⠞⠓⠑⠑⠋⠞⠑⠑⠝⠎⠉⠓⠁⠁⠇⠧⠁⠝⠼⠁ ⠒ ⠼⠛⠲⠑⠚⠚⠲
    KERSTMARKT
    op vrijdag 9 december van 16:30 tot 21:30 uur.
    ⠘⠅⠑⠗⠎⠞⠍⠁⠗⠅⠞
    ⠕⠏⠧⠗⠊⠚⠙⠁⠛⠼⠊⠙⠑⠉⠑⠍⠃⠑⠗⠧⠁⠝⠼⠁⠋⠒⠉⠚⠞⠕⠞⠼⠃⠁⠒⠉⠚⠥⠥⠗⠲
  • ⠲ punt (256)
  • ⠲⠲⠲ beletselteken (in zwartschrift drie opeenvolgende puntjes; in braille driemaal 256 na elkaar, zonder spatie)
  • ⠢ vraagteken (26)
  • ⠖ uitroepteken (235)
  • ⠶ dubbel aanhalingsteken openen/sluiten (2356)
  • ⠦ rond haakje openen (236)
  • ⠴ rond haakje sluiten (356)
  • ⠌ slash (34)
  • ⠄ apostrof (3) + enkel aanhalingsteken openen/sluiten (3)
  • ⠤ gedachtestreepje (36)

2.16. Liggend streepje

Het liggend streepje ⠤ (36) wordt voor verschillende doeleinden gebruikt: koppelteken, weglatingsstreepje, afbrekingsteken, gedachtestreepje, minteken en opsommingsteken.
Voorbeelden:
Hij vertelde – zonder het te beseffen – een goede mop.
⠨⠓⠊⠚⠧⠑⠗⠞⠑⠇⠙⠑⠵⠕⠝⠙⠑⠗⠓⠑⠞⠞⠑⠃⠑⠎⠑⠋⠋⠑⠝⠑⠑⠝⠛⠕⠑⠙⠑⠍⠕⠏⠲
De sergeant-majoor was ver-
moeid.
⠨⠙⠑⠎⠑⠗⠛⠑⠁⠝⠞⠤⠍⠁⠚⠕⠕⠗⠺⠁⠎⠧⠑⠗⠤
⠍⠕⠑⠊⠙⠲
groente- en fruithandel
⠛⠗⠕⠑⠝⠞⠑⠤⠑⠝⠋⠗⠥⠊⠞⠓⠁⠝⠙⠑⠇
3 – 2 = 1
⠼⠉⠼⠃⠼⠁

2.17. Muntsymbolen/valutatekens

Als de munteenheid na het getal wordt geplaatst, dan wordt ze bij voorkeur voluit geschreven. Geplaatst vóór het getal wordt de munteenheid door haar beginletter weergegeven, zonder spatie tussen letter en cijfer.

Voorbeelden:
10 dollar: $ 10
⠼⠁⠚⠙⠕⠇⠇⠁⠗⠒⠙⠼⠁⠚
10 euro: € 10
⠼⠁⠚⠑⠥⠗⠕⠒⠑⠼⠁⠚
10 pond: £ 10
⠼⠁⠚⠏⠕⠝⠙⠒⠏⠼⠁⠚
10 yen: ¥ 10
⠼⠁⠚⠽⠑⠝⠒⠽⠼⠁⠚

2.18. Procent- en promilleteken

  • Procentteken [%] ⠿ (123456): spatie vóór en na.
  • Promilleteken [‰] ⠿⠿ (het 6-puntsteken 123456 tweemaal vast aan elkaar): spatie vóór en na.

2.19. Punt

⠲ (256) in alle toepassingen.

Bij het bepalen van de nieuwe braillestandaard voor het Nederlandse taalgebied stonden eenvormigheid en aanpassing aan de nieuwe technologieën centraal. In zwartschrift is de punt in alle toepassingen hetzelfde teken. Dit is uiteraard ook zo voor alle vormen van computergestuurde tekstverwerking: scannen, internet, printen enz. Hierbij wordt dan ook in braille telkens hetzelfde teken weergegeven. Als veelvuldig voorkomend teken moest voor de punt in braille dan ook voor één teken gekozen worden. Er waren twee opties mogelijk: 3 of 256. Beide opties hebben voor- en nadelen: 3 is tactiel esthetischer, 256 is tactiel makkelijker herkenbaar. Na ruim overleg met beroepskrachten en gebruikers werd uiteindelijk voor de optie 256 gekozen. 256 is dan ook punt in alle toepassingen: eindezinspunt, afkortingspunt, scheidingspunt in getallen, invulpuntjes, voorlooppuntjes, beletselteken enz.
Voorbeelden:
Hij werkte enkel ’s avonds.
⠨⠓⠊⠚⠺⠑⠗⠅⠞⠑⠑⠝⠅⠑⠇⠄⠎⠁⠧⠕⠝⠙⠎⠲
Geef me wat water, a.u.b.
⠨⠛⠑⠑⠋⠍⠑⠺⠁⠞⠺⠁⠞⠑⠗⠂⠁⠲⠥⠲⠃⠲
Hij zou komen maar …
⠨⠓⠊⠚⠵⠕⠥⠅⠕⠍⠑⠝⠍⠁⠁⠗ ⠲⠲⠲
Sapper…
⠨⠎⠁⠏⠏⠑⠗⠲⠲⠲
Vul in ei of ij: p..n, r..s.
⠨⠧⠥⠇⠊⠝⠑⠊⠕⠋⠊⠚⠒⠏⠲⠲⠝⠂⠗⠲⠲⠎⠲
peter.demol@skynet.be
⠏⠑⠞⠑⠗⠲⠙⠑⠍⠕⠇⠜⠎⠅⠽⠝⠑⠞⠲⠃⠑
Zie ook punt 10.2.1.
⠨⠵⠊⠑⠕⠕⠅⠏⠥⠝⠞⠼⠁⠚⠲⠃⠲⠁⠲
Dit toestel kost 1.250 euro.
⠨⠙⠊⠞⠞⠕⠑⠎⠞⠑⠇⠅⠕⠎⠞⠼⠁⠲⠃⠑⠚⠑⠥⠗⠕⠲
FNB tel. 0486.486.486
⠘⠋⠝⠃⠞⠑⠇⠲⠼⠚⠙⠓⠋⠲⠙⠓⠋⠲⠙⠓⠋

2.20. Sleutelteken tweede betekenis

⠐ (5)

Het sleutelteken tweede betekenis wordt gebruikt om waar nodig de herkenning van een teken in zijn tweede betekenis te vergemakkelijken. Dit is o.m. het geval om aan te geven dat een teken in zijn tweede betekenis gelezen moet worden. Het sleutelteken tweede betekenis moet met de grootste terughoudendheid worden gebruikt en dient alleen om mogelijke misverstanden te voorkomen.
Voorbeelden:
C&A
⠘⠉⠐⠯⠁ (hier niet c cedille maar ampersandteken)
de map c:\Mijn documenten.
⠙⠑⠍⠁⠏⠉⠒⠐⠡⠨⠍⠊⠚⠝⠙⠕⠉⠥⠍⠑⠝⠞⠑⠝⠲
⠐⠡ (niet a accent circumflex maar backslash)

2.21. Tekens met meervoudige functies

De eerstgenoemde functie is de oorspronkelijke.

  • ⠙ letter d en dollarteken
  • ⠑ letter e en euroteken
  • ⠏ letter p en pondteken
  • ⠭ letter x, kan ook maal betekenen.
  • ⠽ letter ypsilon en yenteken
  • ⠯ c cedille en ampersand/en-teken (in initiaalwoorden voorafgegaan door het sleutelteken tweede betekenis punt 5)
  • ⠿ e accent aigu, positioneringsteken, procentteken (na een getal) en promilleteken (tweemaal na een getal)
  • ⠷ a accent grave en vierkant/recht haakje openen
  • ⠾ u accent grave en vierkant/recht haakje sluiten
  • ⠡ a accent circumflex en backslash (in papierbraille voorafgegaan door punt 5)
  • ⠳ u trema en horizontale breukstreep
  • ⠒ dubbelpunt/dubbele punt; wordt tevens gebruikt in schaalaanduidingen en digitale tijdsaanduidingen.
  • ⠲ punt en deelteken
  • ⠲⠲⠲ beletselteken en voorlooppuntje(s) bij inhoudsopgaven met paginering
  • ⠖ uitroepteken, plusteken en overlijdensteken
  • ⠶ dubbel aanhalingsteken openen/sluiten en isgelijkteken
  • ⠦ rond haakje openen en maalteken
  • ⠔ sterretje, herhalingsteken in zangteksten, tweede deel van het duim-, minuut- en secondeteken, kan ook maal betekenen
  • ⠈⠴ graad-, temperatuur- en geboorteteken
  • ⠈⠔⠔ duim- en secondeteken
  • ⠜ a trema, apenstaartje
  • ⠬ o accent aigu/beklemtoonde o, paragraafteken en losse circumflex (dakje), vooral gebruikt als superscript-indicator bij oppervlakte- en inhoudsmaten
  • ⠹ o accent circumflex en verticale streep (spatie voor en na)
  • ⠸ drukwijzigingsteken (geeft aan dat de aldus gemarkeerde passage in zwartschrift cursief of vet gedrukt of onderstreept is) en underscore in e-mailadressen
  • ⠐ (5) einderegelteken en sleutelteken tweede betekenis
  • ⠄ (3) apostrof en enkel aanhalingsteken openen/sluiten
  • ⠤ liggend streepje, koppelteken, weglatingsstreepje, afbrekingsteken, gedachtestreepje, minteken en opsommingsteken

 

2.22. Voortekens

  • Voortekens zijn brailletekens die in zwartschrift niet bestaan. Ze zijn nodig om nauwgezet de omzetting van zwartschrift naar braille mogelijk te maken. Niettemin vertragen voortekens het lezen. Daarom wordt aanbevolen het gebruik van voortekens zoveel mogelijk tot het echt noodzakelijke minimum te beperken.
  • Voortekens zijn o.m. het herstelteken/sleutelteken eerste betekenis ⠠ (6), het sleutelteken tweede betekenis ⠐ (5), het alfabetwisselingsteken ⠰ (56), het drukwijzigingsteken ⠸ (456), het hoofdletterteken ⠨ (46) en het permanent hoofdletterteken ⠘ (45).
  • Heel uitzonderlijk kan het gebeuren dat verschillende voortekens na elkaar komen te staan. De volgorde is dan als volgt: drukwijzigingsteken, herstelteken, alfabetwisselingsteken, hoofdletterteken of permanent hoofdletterteken. Het drukwijzigingsteken kan desgevallend ook voorafgaan aan een cijferteken.

2.23. Zeldzaam voorkomende tekens

Onderstaande tekens komen in tekstbraillepublicaties weinig voor. Ook in zwartschrift zijn ze enkel in een heel specifieke context van toepassing. In dit overzicht worden ze uitsluitend vermeld voor het geval ze voor een of andere brailleomzetting toch noodzakelijk zouden zijn.

  • copyright-teken [©]: ⠐⠉ (5 14)
  • geboorteteken [°]: ⠈⠴ (zonder spatie vóór het jaartal) (4 356)
  • hekje [#]: ⠐⠼ (5 3456)
  • paragraafteken [§]: ⠬ (346)
  • overlijdensteken [†]: ⠖ (zonder spatie vóór het jaartal) (235)
  • registered-teken [®]: ⠐⠗ (5 1235)
  • dubbelpunt in schaalaanduidingen (:): ⠒ (spatie vóór en na) (25)
  • trademark-teken [™]: ⠐⠞⠍ (5 2345 134)

 

3. Getallen en aanverwante tekens

3.1. Het cijferteken

  • Het eerste cijfer van een getal wordt voorafgegaan door het cijferteken (3456). Er mag geen spatie staan tussen het cijferteken en het bijbehorende getal. Het cijferteken blijft van kracht tot een spatie of een niet-cijfer volgt, tenzij dit teken een komma of een punt is.
    Voorbeelden:
    1 2 3 4 5 6 7 8 9 0
    ⠼⠁⠼⠃⠼⠉⠼⠙⠼⠑⠼⠋⠼⠛⠼⠓⠼⠊⠼⠚
    35 246 133.718
    ⠼⠉⠑⠼⠃⠙⠋⠼⠁⠉⠉⠲⠛⠁⠓
    1,5 (anderhalf)
    ⠼⠁⠂⠑⠦⠁⠝⠙⠑⠗⠓⠁⠇⠋⠴
  • Merk op dat in zwartschrift getallen van meer dan drie cijfers vaak door middel van een spatie in groepen worden gesplitst. In papierbraille wordt deze spatie vervangen door een punt (256):
    Voorbeeld:
    zwartschrift: 1 297 381 euro
    papierbraille: 1.297.381 euro
    ⠼⠁⠲⠃⠊⠛⠲⠉⠓⠁⠑⠥⠗⠕
  • Worden er in jaartallen cijfers weggelaten, dan vervangt men die door een weglatingsteken (3), waarbij het weglatingsteken aan het cijferteken voorafgaat:
    Voorbeeld:
    1 juli ’18
    ⠼⠁⠚⠥⠇⠊⠄⠼⠁⠓
  • Worden twee getallen aan elkaar gekoppeld door een streepje dan krijgen beide het cijferteken:
    Voorbeeld:
    Wereldoorlog 1940-1945
    ⠨⠺⠑⠗⠑⠇⠙⠕⠕⠗⠇⠕⠛⠼⠁⠊⠙⠚⠤⠼⠁⠊⠙⠑
  • In decimale getallen wordt de komma (,) als decimaalteken gebruikt:
    Voorbeeld:
    2,5 (twee en een half)
    ⠼⠃⠂⠑⠦⠞⠺⠑⠑⠑⠝⠑⠑⠝⠓⠁⠇⠋⠴
  • Telefoon-, fax-, bankrekeningnummers enz. worden gekopieerd conform het zwartschrift:
    Voorbeelden:
    Tel. RNIB London
    ⠨⠞⠑⠇⠲⠘⠗⠝⠊⠃⠨⠇⠕⠝⠙⠕⠝
    + 44-20.73.88.12.66
    ⠖ ⠼⠙⠙⠤⠼⠃⠚⠲⠛⠉⠲⠓⠓⠲⠁⠃⠲⠋⠋
    of+ 44-20 73 88 12 66
    ⠖ ⠼⠙⠙⠤⠼⠃⠚⠼⠛⠉⠼⠓⠓⠼⠁⠃⠼⠋⠋
    bankrekeningnummer 210-0934653-17
    ⠃⠁⠝⠅⠗⠑⠅⠑⠝⠊⠝⠛⠝⠥⠍⠍⠑⠗⠼⠃⠁⠚⠤⠼⠚⠊⠉⠙⠋⠑⠉⠤⠼⠁⠛
  • Wordt een getal onmiddellijk gevolgd door een van de eerste tien letters van het alfabet, dan plaatst men vóór deze letter het herstelteken. Na cijfer/letter-samenstellingen kunnen leestekens volgen:
    Voorbeelden:
    1a, 15de eeuw, 1° (primo), 8ste.
    ⠼⠁⠠⠁⠂⠼⠁⠑⠠⠙⠑⠑⠑⠥⠺⠂⠼⠁⠕⠦⠏⠗⠊⠍⠕⠴⠂⠼⠓⠎⠞⠑⠲
    Hij was als 43ste binnengekomen.
    ⠨⠓⠊⠚⠺⠁⠎⠁⠇⠎⠼⠙⠉⠎⠞⠑⠃⠊⠝⠝⠑⠝⠛⠑⠅⠕⠍⠑⠝⠲

 

3.2. De basisrekentekens

  • plusteken (+) ⠖ (235)
  • minteken (-) ⠤ (36)
  • isgelijkteken (=) ⠶ (2356)
  • maalteken (x) ⠦ (236)
  • deelteken (:) ⠲ (256)

Voorbeelden:
1 + 2 = 3
⠼⠁⠼⠃⠼⠉
9 – 5 = 4
⠼⠊⠼⠑⠼⠙
3 x 3 = 9
⠼⠉⠼⠉⠼⠊
8 : 4 = 2
⠼⠓⠼⠙⠼⠃

Spatieregel:
Conform de normen die voor zwartschrift gelden, worden in tekstbraille de rekentekens voorafgegaan en gevolgd door een spatie en komen leestekens zonder spatie tegen het woord waarop ze betrekking hebben. Het toepassen van deze zwartschriftnormen voorkomt in braille verwarring tussen de rekentekens en de overeenstemmende schrijfwijze van bepaalde leestekens. Bovendien staan rekentekens telkens tussen getallen. Waar er heel uitzonderlijk toch verwarring mogelijk zou zijn, plaatst men vóór het rekenteken punt 5 (sleutelteken tweede betekenis).
Voorbeeld:
Op zijn laatste rapport stond voor wiskunde een 6+.
⠨⠕⠏⠵⠊⠚⠝⠇⠁⠁⠞⠎⠞⠑⠗⠁⠏⠏⠕⠗⠞⠎⠞⠕⠝⠙⠧⠕⠕⠗⠺⠊⠎⠅⠥⠝⠙⠑⠑⠑⠝⠼⠋⠐⠖⠲

Zwartschriftconforme alternatieven voor het deel- en maalteken:

  • deelteken: of dubbelpunt (25), of slash (34)
  • maalteken: of x (1346) of sterretje (35).

Opmerking:

In zwartschrift kan maal ook door een punt worden weergegeven. In brailleschrift leidt deze schrijfwijze tot verwarring met het deelteken. Het teken · (maalpunt of vermenigvuldigingspunt) noteren we daarom met (236), identiek aan het maalteken.

3.3. Breuken

  • horizontale breukstreep: ⠳ (1256),
  • slash ⠌ [/] (34).

Overeenkomstig het zwartschrift kan ook in braille een horizontale of schuine breukstreep gebruikt worden, de slash. Deze komt in beide gevallen zonder spatie tussen teller en noemer van de breuk. Teller en noemer krijgen beide het cijferteken.

Voorbeeld:
drie gedeeld door vier weergegeven als 3 boven de horizontale breukstreep en vier eronder of 3/4
⠼⠉⠳⠼⠙⠕⠋⠼⠉⠌⠼⠙

3.4. Procent- en promilleteken

In zwartschrift bestaat het procentteken uit een nulletje linksboven en een nulletje rechtsonder gescheiden door een schuine streep. Zou men in braille dezelfde schrijfwijze volgen, dan heeft men voor het procentteken vier tekens nodig: cijferteken, nul, schuine streep, gezakte nul (356). Bovendien is het teken voor de gezakte nul hetzelfde als rond haakje sluiten, wat als gevolg heeft dat als de gezakte nul door rond haakje sluiten gevolgd wordt, er vóór dit laatste teken dan een herstelteken moet komen. Vlotte leesbaarheid is voor alle lezers een prioritaire doelstelling. Daarom werd na een grondige bespreking voor het goed herkenbare procentteken van de Duitse braillecode gekozen. Dit is het zespuntsteken ⠿ met een spatie tussen het getal en het procentteken. Promille wordt weergegeven door tweemaal het 6 puntsteken zonder spatie na elkaar.
Voorbeelden:
drie procent 3 %
⠙⠗⠊⠑⠏⠗⠕⠉⠑⠝⠞⠼⠉ ⠿
drie promille 3 ‰
⠙⠗⠊⠑⠏⠗⠕⠍⠊⠇⠇⠑⠼⠉ ⠿⠿

3.5. Oppervlakte- en inhoudsmaten

Bij oppervlakte- en inhoudsmaten wordt in zwartschrift een klein tweetje, resp. drietje, rechtsboven naast de eenheidsaanduiding geschreven. Dit superscript geven we in braille aan met een losse accent circumflex.

  • vierkante meter [m² of m^2]: ⠍⠬⠼⠃
  • kubieke meter [m³ of m^3]: ⠍⠬⠼⠉
  • vierkante centimeter [cm² of cm^2]: ⠉⠍⠬⠼⠃
  • kubieke centimeter [cm³ of cm^3]: ⠉⠍⠬⠼⠉
    Voorbeelden:
    een kamer van 25 m^2
    ⠑⠑⠝⠅⠁⠍⠑⠗⠧⠁⠝⠼⠃⠑ ⠍⠬⠼⠃
    1 m^3 is 1.000 liter.
    ⠼⠁⠍⠬⠼⠉⠊⠎⠼⠁⠲⠚⠚⠚⠇⠊⠞⠑⠗⠲
    Het flesje heeft een inhoud van 30 cm^3 of 30 cc.
    ⠨⠓⠑⠞⠋⠇⠑⠎⠚⠑⠓⠑⠑⠋⠞⠑⠑⠝⠊⠝⠓⠕⠥⠙⠧⠁⠝⠼⠉⠚⠉⠍⠬⠼⠉⠕⠋⠼⠉⠚⠉⠉⠲

 

3.6. Graad-, minuut- en secondeteken

  • graadteken [°]: ⠈⠴ (4 + 356).
  • minuutteken [‘]: ⠈⠔ (4 + 35).
  • secondeteken [”]: ⠈⠔⠔ (4 + 35 + 35).

Deze tekens volgen direct op het getal waarop ze betrekking hebben en worden gebruikt bij hoek- en tijdmeting, aardrijkskundige plaatsbepaling, temperatuur- en diameteraanduiding.
Voorbeelden:
De temperatuur is 22°.
⠨⠙⠑⠀⠀⠞⠑⠍⠏⠑⠗⠁⠞⠥⠥⠗⠀⠀⠊⠎⠀⠀⠼⠃⠃⠈⠴⠲
Een hoek van 27°30′.
⠨⠑⠑⠝⠀⠀⠓⠕⠑⠅⠀⠀⠧⠁⠝⠀⠀⠼⠃⠛⠈⠴⠀⠼⠉⠚⠈⠔⠲
Het record is 3’5”.
⠨⠓⠑⠞⠀⠀⠗⠑⠉⠕⠗⠙⠀⠀⠊⠎⠀⠀⠼⠉⠈⠔⠀⠼⠑⠈⠔⠔⠲
Die plaats ligt op 57°38′ noorderbreedte.
⠨⠙⠊⠑⠀⠀⠏⠇⠁⠁⠞⠎⠀⠀⠇⠊⠛⠞⠀⠀⠕⠏⠀⠀⠼⠑⠛⠈⠴⠀⠼⠉⠓⠈⠔⠀⠀⠝⠕⠕⠗⠙⠑⠗⠃⠗⠑⠑⠙⠞⠑⠲

3.7. Groter dan en kleiner dan

  • groter dan [>]: ⠐⠕ (5 + 135)
  • kleiner dan [<]: ⠐⠪ (5 + 246)

 

3.8. Plusminus

Het zwartschriftteken voor plusminus ± geven we in braille weer met een plusteken, gevolgd door een minteken: ⠖⠤ (235 + 36).

4. Alfabetisch tekenregister

Belangrijk

Hier volgt het alfabetisch tekenregister van de braillestandaard voor algemeen tekstbraille in het Nederlandse taalgebied.

Net als in zwartschrift heeft een aantal tekens ook in braille een meervoudige functie. Dit is o.m. het geval voor tekens als punt, slash, sterretje, streepje enz.

De tekenbenamingen zijn ontleend aan de gangbare terminologie in het Nederlandse taalgebied, maar hierin is niet echt eenduidigheid. Het komt dan ook voor dat voor eenzelfde teken verschillende benamingen in gebruik zijn. In dit alfabetisch tekenregister werden zoveel mogelijk alle gebruikte benamingen opgenomen.

Volgorde van de gegevens:

  • de tekenbenaming;
  • het overeenstemmende brailleteken;
  • tussen haakjes de overeenstemmende braillepunten zoals ze in de braillematrix van punt 1 tot punt 6 worden genummerd:
    • linksboven punt 1
    • linksmidden punt 2
    • linksonder punt 3
    • rechtsboven punt 4
    • rechtsmidden punt 5
    • rechtsonder punt 6

 

Alfabetisch tekenregister

  • a ⠁ (1)
  • a accent circumflex [â] ⠡ (16)
  • a accent grave [à] ⠷ (12356)
  • a trema [ä] ⠜ (345)
  • aandachtsstreepje ⠤ (36)
  • accent circumflex (^) los ⠬
  • afbreekstreepje/afbrekingsteken ⠤ (36)
  • afkappingsteken/apostrof/weglatingsteken [‘] ⠄ (3)
  • afkortingspunt ⠲ (256)
  • alfabetwisselingsteken ⠰ (56)
  • ampersand/en-teken [&] ⠯ (12346)
  • apenstaartje/at-sign [@] ⠜ (345)
  • apostrof/weglatingsteken [‘] ⠄ (3)
  • asterisk/sterretje [*] ⠔ (35)
  • b ⠃ (12)
  • backslash [\] ⠐⠡ (5 16)
  • beletselteken […] ⠲⠲⠲ (256 256 256)
  • benadrukkingsteken ⠸ (456)
  • c ⠉ (14)
  • c cedille [ç] ⠯ (12346)
  • cijfers 1 ⠼⠁ 2 ⠼⠃ 3 ⠼⠉ 4 ⠼⠙ 5 ⠼⠑ 6 ⠼⠋ 7 ⠼⠛ 8 ⠼⠓ 9 ⠼⠊ 0 ⠼⠚
  • cijferteken ⠼ (3456)
  • copyright-teken [©] ⠐⠉ (5 14)
  • cursiefteken ⠸ (456)
  • d ⠙ (145)
  • decimaalteken ⠂ (2)
  • deelteken [:] ⠲ (256)
  • dollarteken [$] ⠙ (145)
  • drukwijzigingsteken ⠸ (456)
  • dubbel aanhalingsteken openen/sluiten [“] ⠶ (2356)
  • dubbelpunt [:] ⠒ (25)
  • dubbelpunt in digitale tijdsaanduidingen [:] ⠒ (25)
  • duimteken [“] ⠈⠔⠔ (4 35 35)
  • e ⠑ (15)
  • e accent aigu [é] ⠿ (123456)
  • e accent circumflex [ê] ⠣ (126)
  • e accent grave [è] ⠮ (2346)
  • e trema [ë] ⠫ (1246)
  • einderegelteken ⠐ (5) (enkel op het einde van een regel in internetadressen, muziekschrift, e mailadressen en rekenkundige bewerkingen)
  • enkel aanhalingsteken openen/sluiten [‘] ⠄ (3)
  • en-teken/ampersandteken [&] ⠯ (12346)
  • euroteken [€] ⠑ (15) (zonder spatie voor het bedrag geplaatst)
  • f ⠋ (124)
  • g ⠛ (1245)
  • geboorteteken [°] ⠈⠴ (4 356)
  • gedachtestreepje [-] ⠤ (36)
  • gelijkteken [=] ⠶ (2356)
  • graadteken [°] ⠈⠴ (4 356)
  • groter dan [>] ⠐⠕ (5 135)
  • h ⠓ (125)
  • hekje [#] ⠐⠼ (5 3456)
  • herhalingsteken ⠔ (35)
  • herstelteken eerste betekenis van een teken ⠠ (6)
  • hoofdletterteken ⠨ (46)
  • horizontale breukstreep ⠳ (1256)
  • i ⠊ (24)
  • i accent circumflex ⠩ (146)
  • i trema ⠻ (12456)
  • indelingsstreepje in opsommingen ⠤ (36)
  • indexingang in machtstekens (346) ⠬ (losse accent circumflex)
  • invulpuntje(s) ⠲ (256)
  • isgelijkteken [=] ⠶ (2356)
  • j ⠚ (245)
  • k ⠅ (13)
  • kleiner dan [<] ⠐⠪ (5 246)
  • komma [,] ⠂ (2)
  • kommapunt ⠆ (23)
  • koppelteken [-] ⠤ (36)
  • kubieke meter [m3] ⠍⠬⠼⠉ (134 346 3456 14)
  • l ⠇ (123)
  • liggend streepje [-] ⠤ (36)
  • m ⠍ (134)
  • maalteken [×] ⠦ (236)
  • minteken [-] ⠤ (36)
  • minuutteken [‘] ⠈⠔ (4 35)
  • n ⠝ (1345)
  • o ⠕ (135)
  • o accent aigu [ó] ⠬ (346)
  • o accent circumflex [ô] ⠹ (1456)
  • o trema [ö] ⠪ (246)
  • onderstrepingsteken ⠸ (456)
  • overlijdensteken [†] ⠖ (235)
  • p ⠏ (1234)
  • paragraafteken [§] ⠬ (346)
  • permanent hoofdletterteken ⠘ (45)
  • plusminus [±] ⠖⠤ (235)(36)
  • plusteken [+] ⠖ (235)
  • pondteken [£] ⠏ (1234)
  • positioneringsteken ⠿ (123456)
  • procentteken ⠿ (123456)
  • promilleteken ⠿⠿ (123456 123456)
  • punt (in alle toepassingen) [.] ⠲ (256)
  • puntkomma [;] ⠆ (23)
  • q ⠟ (12345)
  • r ⠗ (1235)
  • recht/vierkant haakje openen ⠷ (12356)
  • recht/vierkant haakje sluiten ⠾ (23456)
  • registered-teken [®] ⠐⠗ (5 1235)
  • rond haakje openen [(] ⠦ (236)
  • rond haakje sluiten [)] ⠴ (356)
  • s ⠎ (234)
  • schaalaanduidingsteken [:] ⠒ (25)
  • secondeteken [”] ⠈⠔⠔ (4 35 35)
  • slangenlijntje in internetadressen [~] ⠐⠢ (5 26)
  • slash [/] ⠌ (34)
  • sleutelteken tweede betekenis ⠐ (5)
  • sterretje [*] ⠔ (35)
  • streepje [-] ⠤ (36)
  • superscript-indicator [^] ⠬ (346)
  • t ⠞ (2345)
  • temperatuurteken [°] ⠈⠴ (4 356)
  • trademark-teken [™] ⠐⠞⠍ (5 2345 134)
  • u ⠥ (136)
  • u accent circumflex [û] ⠱ (156)
  • u accent grave [ù] ⠾ (23456)
  • u trema [ü] ⠳ (1256)
  • uitroepteken [!] ⠖ (235)
  • underscore/onderstrepingsteken [_] ⠸ (456)
  • v ⠧ (1236)
  • verticale streep [|] ⠹ (1456) (spatie voor en na)
  • verwijzingsteken [*] ⠔ (35)
  • vierkante meter ⠍⠬⠼⠃ (134 346 3456 12)
  • vierkant/recht haakje openen ([) ⠷ (12356)
  • vierkant/recht haakje sluiten (]) ⠾ (23456)
  • voetnootteken [*] ⠔ (35)
  • voorlooppuntje(s) ⠲ (256)
  • voorteken in duim-, geboorte-, graad-, minuut- en secondeteken ⠈ (4)
  • vraagteken [?] ⠢ (26)
  • w ⠺ (2456)
  • weglatingsteken/apostrof [‘] ⠄ (3)
  • x ⠭ (1346)
  • yenteken [¥] ⠽ (13456)
  • ypsilon [y] ⠽ (13456)
  • z ⠵ (1356)